Een lesje bamboestiek in groep 4
door Thijs Richter en Vincent Klabbers
Overgenomen uit De Tondeldoos, oktober 2004In dit artikel lees je hoe je met behulp van het didactische model "het vijf stappenplan" een les techniek kunt geven op de basisschool. Daarop volgend gaan de kinderen nog aan de slag om hun bouwsels te beschrijven en te tekenen.
Krijt aan je vingers
Als pabo-docent krijg ik niet vaak de kans om les te geven aan basisschoolkinderen. Als de kans zich voordoet ben ik er als de kippen bij! Mijn pabo-collega Vincent geeft dit jaar twee dagen per week les aan groep 4 op een basisschool. Elke maandag en dinsdag krijgt hij "krijt aan zijn vingers" zoals hij dat zelf noemt. En laatst vroeg hij mij om een gastles techniek te geven.
Hij was namelijk zelf al bezig geweest met techniek. De kinderen merkten dat als je papier vouwde in een profiel, het sterker werd. Ze bouwden op die manier allerlei gebouwen. En verder maakten ze stevige bruggen van Lego. Maar hoe kon je daar nu op voortbouwen? Al brainstormend kwamen we op materiaal dat ik in mijn ontdeklokaal ruimschoots voorhanden heb: bamboe.
Ik zou de les inbedden in een van de didactische modellen die binnen natuuronderwijs (waar techniek ook bij hoort) gebruikt worden. Het zogenaamde vijf stappenplan kan uitstekend gebruikt worden voor activiteiten waarbij de kinderen bepaalde materialen voor het eerst gebruiken. Op die manier kunnen ze op een heel veilige manier onderzoekend leren.
Het vijf stappenplan
Het vijf stappenplan bestaat uit de volgende onderdelen:1. Introductie
Er komt iets binnen: de meester of juf laat iets zien waardoor de kinderen geboeid raken, vragen kunnen stellen en eventuele voorkennis ophalen2. Vrije exploratie
Kinderen krijgen de kans om zonder gerichte opdracht te werken met het materiaal: wat zijn de (on)mogelijkheden van het materiaal. Dit onderdeel wordt ook wel "aanrommelen" genoemd. Kinderen mogen letterlijk van alles uitproberen door intuïtief te werk te gaan.3. Onderzoek
De kinderen krijgen vervolgens een gerichte opdracht. Het is nu niet meer vrijblijvend, maar er moet wel iets gebouwd worden. De kinderen hebben een idee en gaan dat nu proberen ook echt te bouwen.4. Rapportage
Vertel maar eens aan elkaar (en laat maar eens zien!) wat je gebouwd hebt. Welke problemen ben je tegengekomen en hoe heb je dat opgelost?5. De meester of juf kan me nog meer vertellen
De meester of juf vertelt een aantal bijzonderheden over de gemaakte bouwsels, bijvoorbeeld welke vormen stevig zijn (driehoek) of hoe je een steviger bouwsel kunt krijgen (door dubbel materiaal te gebruiken).Hoe ging het in de praktijk?
Op het bord heb ik de volgende tekst geschreven:1. Kring
2. Spelen met het materiaal (10 minuten)
3. Kring
4. Samen bouwen in groepjes (30 minuten)
5. Kring
6. DiplomaHiermee licht ik toe wat we gaan doen.
Stap 1
We zitten in de kring en in het midden hiervan ligt allerlei materiaal onder een wit laken. Ik vertel dat dadelijk het laken weggaat, dat ze even moeten kijken en vervolgens mogen vijf kinderen iets vragen of vertellen over de spullen die ze te zien krijgen.
De twee hulpjes van de week mogen voorzichtig het laken optillen en dan .. zien de kinderen allerlei spulletjes die van bamboe gemaakt zijn. Een kleine opsomming: een panfluit, een lucky bamboo plant, een bamboe stoofmandje, een bamboe pen, een rainstick, een bezem, een onderzetter, eetstokjes, een foto van een panda beer, het tijdschrift "tam-tam" (het jeugdblad van het Wereld Natuur Fonds van maart 2004 gaat toevallig over reuzenpandaberen!),Ik wijs een kind aan: die mag iets pakken en er iets over vragen of vertellen. Het meisje pakt de panfluit en wil weten wat dat is. Een van de kinderen weet te vertellen dat het een fluit is. Ik vul aan dat het een panfluit is en ik fluit er even op zodat ze horen hoe het klinkt en zien hoe het werkt.
Vervolgens mag het meisje een jongen aanwijzen die iets mag vragen. En zo door tot er vijf kinderen iets verteld hebben.
Het wordt tijd voor actie!
Stap 2
Buiten de kring staan de tafels tegen de muur en op elke twee tafels ligt al een stapeltje bamboestokken en een plastic bakje met elastiekjes. Ik vertel de kinderen dat ze dadelijk lekker mogen gaan spelen om te kijken wat je er allemaal mee kunt bouwen. Ze krijgen tien minuten tot de eierwekker afgaat en daarna moeten ze weer in de kring komen zitten met hun bouwsel.
Als ze nog meer bamboe en elastiek moeten hebben: midden in de kring staat het reservemateriaal.
En tenslotte doe ik met twee grote bamboestokken en een ptt-elastiek (of heet dat tegenwoordig tpg-elastiek?) voor hoe je twee stokken aan elkaar vast kunt maken.
De meeste kinderen gaan meteen aan de slag, ze worstelen in het begin wel even met het elastiek, maar krijgen al gauw de slag te pakken. Sommige kinderen ontdekken al heel snel dat je eerst een basisvierkant of driehoek moet maken voordat je de lucht in gaat. Zonder dat glijden de stokken weg op de gladde tafel. Ze zien links en rechts oplossingen bij hun buren en nemen die dan vanzelf over.
Sommige kinderen komen vragen wat ze moeten gaan doen: ik geef de suggestie om een tent te maken of een klimrek voor apen in de dierentuin. O ja, dat is een leuk idee en weg zijn ze. En een kind komt vertellen dat het niet lukt om het elastiek vast te maken. Ik doe het nog een keer voor en vervolgens doen we het samen nog een keer. Hij weet nu genoeg.
Al heel snel zijn de tien minuten om. De kinderen draaien de stoeltjes weer om en zetten trots hun spullen voor zich in de kring. Ik vraag weer vijf kinderen om iets te vertellen over hun product. Ik heb natuurlijk wel eerst gekeken welke vijf producten interessante technische aspecten hebben: een vierkante basis, dubbele stokjes, verlenging van stokken, Op die manier kunnen ze dadelijk gebruik maken van deze kennis!
Stap 3
De kinderen krijgen de opdracht om in tweetallen iets te gaan bouwen. Ze moeten van te voren iets afspreken en dat proberen te gaan maken. Ze mogen eventueel al gebruik maken van wat ze tot nu toe gemaakt hebben.
Als ze nog meer materiaal nodig hebben: ik heb huishouddoekjes, stukken vitrage, wasknijpers en touw in de kring gelegd. Op die manier kunnen ze heel realistische tenten bouwen.
De tijd is 30 minuten en de eierwekker gaat weer aan.
Het is erg leuk en leerzaam om te zien hoe de aanpak in de verschillende groepen is: bij sommige eerst heel ernstig overleg, bij een andere groep gaat ieder voor zich aan de slag.
Ik ken de kinderen verder niet, maar mijn collega heeft genoeg te observeren en alles te filmen.
In de praktijk blijkt dat de meeste kinderen na 20 minuten uitgespeeld zijn, dus ik smokkel een beetje met de eierwekker. We gaan weer terug in de kring en iedere groep zet hun bouwsel weer in de kring.
Stap 4 en 5
Vijf groepen mogen iets vertellen en ik vul dat meteen nog aan met een aantal "technische details". Normaal zou ik dat helemaal op het einde doen, maar ik merk dat de kinderen het genoeg vinden.
Alle producten komen op de vensterbank te staan zodat mijn collega er met de digitale camera foto's van kan maken. Want die bamboestokjes moeten wel weer teruggebracht worden!Vervolgens krijgen ze drie minuten om de overgebleven bamboe en elastiek terug te leggen in de kring. Opgeruimd staat netjes!
In de kring ligt nog een diploma en een blik bamboescheuten, een opener, mes en vork en een bord. Ik laat een van de kinderen voorlezen wat er op het diploma staat en vertel wat ze dus dadelijk kunnen gaan doen: of tekenen of beschrijven (of alle twee) wat ze gebouwd hebben.
En er staat helemaal onder: "Durfde je te proeven? Hoe smaakte het bamboescheutje?"
Wat zou dat nou weer zijn? Ik open het blik bamboescheuten (verkrijgbaar in een Surinaamse of Chinese winkel) en leg een stel scheuten op het bord. Als je wilt mag je ze dadelijk komen proeven!En dan moeten ze weer terug naar hun tafeltjes en kleurpotloden en vulpen pakken. Zodra ze klaar zitten krijgen ze van mij een "bamboe-diploma".
Het ene kind begint meteen te schrijven, de ander meteen te tekenen en weer een ander kind kijkt eerst nog eens goed naar de vensterbank hoe het er ook al weer uitzag! En natuurlijk zijn er ook al een paar kinderen aan het proeven: het ene kind zegt dat het naar hout smaakt en de ander zegt dat het naar pis ruikt! Smaken verschillen! Veel kinderen vragen of ze een stukje bamboe mee naar huis mogen nemen voor vader of moeder. Natuurlijk mag dat!
Na 10-20 minuten zijn de meeste kinderen klaar en krijgen ze een zwierige handtekening in een kleur naar keuze van de bamboeprofessor op hun diploma. Het klaar-werkje is een tekening maken op de achterkant van het diploma of een leesboek pakken uit de kast. Na 20 minuten worden de tafels weer in de gewone opstelling geplaatst en meester Vincent leest nog een stukje voor uit "Griezels" van Roald Dahl. En dan is het weer tijd om naar huis te gaan.Als de kinderen weg zijn drinken we nog een kopje koffie en praten na. Ik ben natuurlijk heel benieuwd naar de ervaringen van Vincent!
Opleidingsgast
Je kunt denken dat het lastig is om als gastdocent te werken met een voor jou vreemde groep kinderen. Moet je niet eerst werken aan de pedagogische relatie, een band opbouwen en de beginsituatie leren kennen? Wie een techniekles gaat geven op de manier zoals hier beschreven is, ziet zonder moeite een lokaal voor zich waarvan de inrichting compleet is aangepast en dat vol staat met materiaal. De ideale basis voor een puinhoop zou je kunnen denken. Maar het tegendeel is waar gebleken. Hoe kan dat nu? En goede reden om de sterke punten van deze techniekmiddag op een rij te zetten.De kinderen starten in een kring met in het midden materiaal dat door een laken is afgedekt. Dit zorgt voor een ophoping van nieuwsgierigheid en dat is een perfecte start.
De opbouw van de les is strak en aan tijd gebonden. Dat konden de kinderen zelf op het bord zien. Ze weten waar ze aan toe zijn en dat er meerdere momenten komen waarin klassikaal de aandacht wordt gevraagd.
Er is een afwisseling tussen klassikaal werken en werken in tweetallen maar er is ook een afwisseling tussen doen en reflecteren op het eigen handelen, tussen iets maken en het product presenteren.
De docent zorgt voor niveauverhoging door de goede vragen te stellen en daarmee verdwijnt de vrijblijvendheid van het handelen in de loop van de les. Aanrommelen in het begin is sterk, maar moet overgaan in doelgerichter handelen.
Deze techniekmiddag heeft een kop en een staart. De oriëntatie op bamboe is laagdrempelig. Iedereen kan instappen en raakt enthousiast. Aan het eind ontvangen de kinderen een bamboediploma en ze mogen proeven van de bamboescheuten uit blik. Het is goed als onderwijs een opbouw heeft die door kinderen herkend wordt.
Zou je tot slot kunnen zeggen dat een relatie met de boodschapper minder belangrijk is als de boodschap aantrekkelijk is? Misschien is dit zo. Of is het zo dat een echte vakman in staat is om in een zeer korte tijd zo'n relatie met kinderen op te bouwen dat de noodzakelijke basis voor mooi onderwijs snel ontstaat?
Hoe is de "les" ontstaan?
Hoe ben ik ooit tot dit lesje bamboestiek gekomen?
Vorig jaar las ik in de krant dat een Udense kunstenaar, Antoon Versteegde, met de schooljeugd van Veghel grote kunstwerken maakte met behulp van bamboestokken van ongeveer 1,5 meter en elastiek. Dat deed hij al ongeveer 20 jaar en toevallig las ik het.
Ik keek eerst op zijn website (www.BamBoeBus.nl) en maakte vervolgens een afspraak met hem om te kijken of dit iets was voor het onderwijs. Na twee uur praten was ik verkocht! Ik bestelde een pakket materiaal bij hem en ging het uitproberen met studenten. Vervolgens probeerde ik het ook uit op een techniekconferentie van VONK (de Nederlandse Vereniging voor Techniek in het Primair Onderwijs). Toen ik dat met collega Vincent besprak, vroeg hij mij meteen om dat ook een keer met zijn groep uit te proberen.
Met dank aan de kinderen van groep 4 van basisschool D'n Heiakker in Deurne en hun enthousiaste leerkracht.
De auteurs zijn allebei werkzaam op Pabo de Kempel in Helmond
