China
BAMB organisatie werkt vanuit Nederland (de zwartbonte koe rechtsboven) samen met producenten in China (de Pandabeer linksboven) om bamboe constructiedozen en lespakketten aan te bieden. Elke BAMBOX wordt compleet met bamboestokken en elastiekjes geïmporteerd. De pakketten worden door de plaatselijke bevolking gemaakt met respect voor mens en milieu en er wordt een eerlijke prijs voor betaald. Met de aankoop steunt u bovendien de ontwikkeling van nieuwe bamboe projecten en producten uit China.
Landschap - Rivieren en meren - Klimaat - Planten - Bamboe - Dieren - Panda - Koe - Melk
De Volksrepubliek China
De Volksrepubliek China, (officieel: Zhonghua Renmin Gongheguo, kortweg: Zhongguo; uitgesproken als: Chung-Hua Jen-Min Kung-Ho Kuo) ligt in Oost-Azië. De totale oppervlakte van het land bedraagt 9.571.300 km2, en daarmee is China het op twee na (Rusland en Canada) grootste land ter wereld. China is ongeveer 239 keer groter dan Nederland. De langste rechte afstand is ruim 5000 kilometer! De totale lengte van alle grenzen van China bedraagt meer dan 22.000 kilometer. Voor de kust van China liggen meer dan drieduizend eilanden, waarvan Hainan, gelegen in de Zuid-Chinese Zee, het grootst is.
China bestaat voor 35% uit bergen, voor 27% uit hoogland, voor 17% uit bekkens of woestijn, voor 8% uit heuvelachtig gebied, en voor 13% uit vlaktes.
De Mount Everest in Tibet is met een hoogte van 8848 meter de hoogste berg ter wereld, de Turpan Depression in het noordwesten is met 154 meter onder zeeniveau, China's laagste punt. Meer dan honderd bergtoppen in China zijn hoger dan 7000 meter en meer dan duizend hoger dan 6000 meter. De Gobi (Gebi Shamo) en de Takla-Makan zijn woestijnen die de grote vlakten in het noorden onderbreken.Landschap
Tweederde van het Chinese landoppervlak is berg- of heuvelachtig of hoogland. Het landschap van China is terrasvormig van opbouw. De Hoogvlakte van Qinghai-Xizang ligt gemiddeld 4000 meter ('Dak van de Wereld') boven de zeespiegel en omvat de provincies Tibet (Xizang), Qinghai en West-Sichuan. Deze hoogvlakte is het hoogst gelegen plateau. Bijna alle grote rivieren van China en Zuidoost-Azië ontspringen hier.
De tweede hoogvlakte varieert in hoogte van 1000-2000 meter en omvat van noord naar zuid het Tarimbekken, de Mongoolse Hoogvlakte, het Lössplateau, het Rode Bekken, en de Yunnan-Guizhou-Hoogvlakte.
Het laagste terras (tot 500 meter hoogte) bestaat uit vlakten en het laagland langs de benedenloop van de grote rivieren. Deze strook land loopt van noord naar zuid langs de kust van China. Hier vindt de meeste industrie en landbouw plaats en leeft meer ca. 65% van de Chinese bevolking.De kuststreek van China heeft een totale lengte van ca. 5570 km en is in het zuiden bergachtig, rijk aan eilanden en sterk geleed, evenals het schiereiland Shandong. Men treft hier dan ook de beste havens aan.
Grotere inhammen van de kust zijn de Golven van Liaodong en Bo Hai, de Gele Zee (Huang Hai), de baaien van Jiaozhou en Hangzhou en de Golf van Tonkin. Tot de talrijke eilanden behoren, behalve Hainan en Taiwan (Formosa), de Zhoushaneilanden voor de Hangzhoubaai en de Miaodao-eilanden voor de ingang van de Golf van Bo Hai.Rivieren en meren
In totaal telt China ca. 5000 rivieren, die bijna allemaal in oostelijke richting stromen en dan uitmonden in de Stille Oceaan of de Indische Oceaan. De totale lengte van alle rivieren samen bedraagt ca. 225.000 kilometer, waarvan meer dan 100.000 kilometer goed bevaarbaar is. In tegenstelling tot de rivieren in het noorden bevriezen de zuidelijke rivieren nooit.
Veel rivieren zetten grote hoeveelheden slib af, waardoor delta's zijn gevormd die zich steeds verder zuidwaarts uitbreiden. Hier zijn vruchtbare deltagebieden ontstaan die een zeer hoge bevolkingsdichtheid hebben. Miljoenensteden als Kanton, Shanghai en Tianjin liggen in deze gebieden.
De twee grootste rivieren van China zijn de Huang He of Gele Rivier (4845 km) en de Yangzi Jiang (5200 km). De Gele Rivier is berucht om zijn overstromingen, die grotendeels worden veroorzaakt door de grootschalige ontbossing in het binnenland, waardoor de waterhuishouding in het stroomgebied van de rivier bijna niet te beheersen is. Door grote slibafzetting (jaarlijks ca. 1,5 miljard ton) is de bedding van de rivier op sommige plaatsen zelfs boven het omringende land komen te liggen en is de benedenloop van de rivier regelmatig verlegd, tot nu toe meer dan 25 keer. Meer dan 100.000 kilometer dijken moeten ervoor zorgen dat de rivier niet constant buiten haar oevers treedt. De laatste 2000 jaar is de rivier zo'n 1500 maal overstroomd, en wordt daardoor ook wel 'China's zorg' genoemd. Door de zeer grote hoeveelheden vruchtbare grond (löss) die door de rivier naar de zee gevoerd wordt, heeft de rivier de naam 'Gele Rivier' gekregen.
De Yangzi Jiang heeft lang niet zo'n desastreuze invloed op het landschap en is met haar wijdvertakt stelsel van zijrivieren dan ook van veel grotere betekenis voor de scheepvaart. Na de Amazone en de Nijl is de Yangzi Jiang de langste rivier ter wereld. Zo'n 700 zijrivieren zorgen voor de afwatering van een gebied dat bijna 2 miljoen km2 beslaat. Dat wil zeggen: bijna 20% van het Chinese grondgebied - en een kwart van het land dat geschikt is voor landbouw. In het noorden zijn de Yalong Jiang, de Jialing Jiang, de Min Jiang en de Tuo Jiang de belangrijkste zijrivieren, in het zuiden speelt de Wu Jiang een grote rol. Vanaf de delta ten noorden van Sjanghai, is de rivier voor zeeschepen bevaarbaar tot aan Wuhan, dat bijna 1000 kilometer stroomopwaarts ligt. Langs de benedenloop, die bekend staat als Yangzi, stroomt de rivier door het grootste deel van de belangrijke industriegebieden en langs centra waar zijde, borduur-, lak- en houtsnijwerk worden geproduceerd.
Grote rivieren in het noorden zijn de Songhua Jiang, de Heilong Jiang of Amoer (grensrivier met de Sovjet-Unie), de Yalu Jiang (grensrivier met Korea) en de Xiliao He. De noordelijke rivieren kennen grote verschillen in hun waterstand, afhankelijk van de seizoenen. In de zomer zwellen de rivieren enorm aan en in de winter blijft er niet veel meer over dan een kleine stroompje. In de zomer van 1998 beleefde China de ernstigste overstroming van de rivier Jangtzi Jiang sinds 1954. Naar schatting 240 miljoen mensen werden hierdoor getroffen. Miljoenen mensen moesten hun woning ontvluchten en minstens 2000 mensen - mogelijk veel meer - kwamen om.
In het zuiden is de Xi Jiang (1600 km) met zijn zijrivieren van regionale betekenis. De Yarlungzangbo, die oostwaarts over het Qinghai-Tibet-plateau stroomt en tenslotte als de Brahmaputra in de Golf van Bengalen uitmondt, is de hoogst gelegen rivier ter wereld.
Binnenrivieren worden voornamelijk aangetroffen in het droge noordwesten. Deze rivieren bevloeien éénderde van het totale grondgebied van China. Ze worden gevoed door gletsjers en sneeuw en drogen daardoor regelmatig op. De meeste binnenrivieren dragen bij tot de uitgestrekte ondergrondse waterreservoirs die onder het woestijngebied van Noord- en Noordwest-China liggen. Met 2137 kilometer is de Tarim de langste binnenrivier van China.
Omdat de meeste rivieren van oost naar west lopen is in de loop der eeuwen een kanalenstelsel ontwikkeld om de van noord naar zuid verlopende goederenstroom in goede banen te leiden. Het Grote Kanaal, de langste door mensenhanden aangelegde waterweg ter wereld, is al tijdens de Sui-dynastie (589-618) aangelegd en verbindt over een lengte van 1700 kilometer Hangzhou met Beijing. Sommige delen van het netwerk van kanalen dateren van bijna 2500 jaar geleden. De gemiddelde breedte van het kanaal bedraagt 30 meter. Het deel tussen Beijing en Tianjin is volledig opgedroogd en andere stukken zijn onbevaarbaar.
In totaal telt China ca. 2800 meren, waarvan de helft gevuld is met zout water. Het oosten van China telt een groot aantal meren, waarvan het Poyangmeer (2800 km2) en het Dongtingmeer (4800 km2) de grootste zijn. Deze meren liggen in de Yangzi-vlakte en het Qinghai-Tibet-Plateau.
De meren in het noordwesten van het land liggen vooral op hoogvlaktes en zijn meestal waterverzamelplaatsen in afvoerloze gebieden, met een sterk wisselende waterstand en een hoog zoutgehalte. Het grootste is Qing Hai of Chöch nuur (Westelijke Zee), met 4800 km2. Aan de oostkant van het Tarim-bekken ligt Lop Nor, het op één na grootste zoutmeer van China. Lop Nor beslaat ca. 2570 km2 en is de afgelopen millennia voortdurend van plaats, vorm en diepte veranderd. Rond dit mysterieuze meer bevinden zich vele zandduinen en witte zoutpannen.
Het Taihu-meer in de oostelijke provincie Jiangsu heeft een oppervlakte van 2400 km2 en behoort daarmee tot de grootste zoetwatermeren van China. In het meer liggen ca. 90 eilanden en het meer wordt gebruikt voor de eenden- en ganzenteelt, men verbouwt er waterkastanjes en lotusbloemen en vangt er vissen en kreeften.
Klimaat
Het grootste gedeelte van China ligt in een gematigde klimaatzone met duidelijk te onderscheiden seizoenen, maar door de enorme oppervlakte van het land kent China een grote variatie aan regionale klimaten. De droge winters die het klimaat van China over het algemeen karakteriseren worden veroorzaakt door koude luchtmassa's die zich vormen boven de hogedrukgebieden van het Aziatische continent.
In de winter waaien moessons veelal vanaf hogedrukgebieden boven Oost-Siberië naar het zuiden naar lagedrukgebieden boven de Stille Oceaan. Deze moessons brengen koude droge lucht in het hele land en alleen in het uiterste zuiden vriest het dan niet.
In de zomer waaien de moessons precies uit de tegenovergestelde richting. Het oosten, zuiden en zuidwesten van China worden dan vaak geteisterd door extreme regenval, waardoor overstromingen ontstaan die vaak grote schade aan land en bevolking toebrengen.
In de laatste weken van augustus en de eerste weken van september wordt de zuidoostkust van China vaak getroffen door tropische wervelstormen of 'tyfoons'. Tyfoons (da feng = sterke wind) treffen China vaker dan enig ander land. Volgens Chinese maatstaven wordt een storm met kracht 8-11 beschouwd als een tyfoon. Ze kunnen tot 400 km het land binnendringen, hoewel dat een uitzondering is. Soms houden ze enkele dagen aan, maar meestal zijn ze na een paar uur is het grootste gevaar voorbij. Provincies als Quangdong en Fujian worden gemiddeld zeven keer per jaar door een tyfoon aangedaan.
De zuidelijke delen van de provincies Guangdong, Guangxi en Yunnan, plus Hongkong , Macao en het eiland Hainan, liggen in een tropische klimaatzone met zeer hete zomermaanden.
Reisbestemmingen op grote hoogte zijn in de winter erg koud en veel plaatsen zijn niet eens meer te bereiken.Het noordoosten van China kent droge, hete zomers en lange, koude winters, en dit geldt ook voor de woestijngebieden van Binnen-Mongolië en Sinkiang. De rivier Amoer is ongeveer de helft van het jaar bevroren en Mohe is de koudste plaats van China en wordt daarom ook wel de 'Chinese Noordpool' genoemd. Hier zijn temperaturen van meer dan -50°C geen uitzondering en de gemiddelde januaritemperatuur ligt op -20°C.
De heetste plaats van China, Turpan, ligt ook in Binnen-Mongolië, en is tevens de laagst gelegen plaats van China.Centraal-China kent hete, vochtige zomers met veel regen in de nazomeraanden. Aan de benedenloop van de Jangtekiang zijn de winters niet zo koud dan in het centraal gelegen Lössplateau en in de door bergen omgeven provincie Sichuan. Rond Beijing, Xi'an en Zhengzhou komen 's winters en in het voorjaar af en toe zandstormen voor.
Op de hooglanden van Tibet en Qinghai (boven de 4000 meter) zijn de zomers kort en gematigd warm, terwijl de winters zeer koud kunnen zijn. De neerslaghoeveelheden zijn maar gering en de verschillen tussen de dag- en nachttemperaturen kunnen zeer groot zijn. Het hoogland van Yunnan-Guizhou heeft een mild klimaat met warme zomers en koele winters. Het vriest er zelden en de neerslaghoeveelheden zijn gering.
Zuid-China heeft een subtropisch klimaat met over het hele jaar gezien gelijkmatige neerslaghoeveelheden. De zomers zijn lang, vochtig en heet; de winters koel, maar kort. Het eiland Hainan heeft een tropisch klimaat.
Planten
China heeft een zeer gevarieerde vegetatie met ca. 32.000 hogere plantensoorten. De eeuwenlange ontbossing heeft echter diepe sporen nagelaten in het landschap en de natuur heeft daardoor vreselijk te lijden gehad onder de onvermijdelijke erosie. De uitbreiding van de cultuurgrond heeft vooral geleid tot een bijna totale verwoesting van de vele bossen die China ooit had. Bossen worden nu eigenlijk alleen nog maar aangetroffen in het hooggebergte. Deze bevatten zo'n 2000 boomsoorten. In de tropische gebieden groeien veel kokospalmen en bananenbomen, in de subtropische gebieden veel vijgenbomen, in de gematigde gebieden vind men loofwouden en in de koude gebieden naaldwouden.
Zuidoost-China is van oorsprong bedekt met een subtropisch regenwoud, aangevuld met tropische, pacifische en Himalaja-elementen. Het bos is rijk aan bamboe, maar in de bergen komt bamboe nog slechts sporadisch voor; hier vindt men vooral coniferen, soorten van de laurier- en de theefamilie, eiken en magnolia's.
De grootste subtropische bossen ter wereld, met meer dan 10.000 boomsoorten, bevinden zich in de provincie Sichuan. Oost-China kent moessonwouden.Midden-China kende vroeger een gematigd, zeer soortenrijk regenwoud. Dat regenwoud is nu teruggedrongen tot tempelhoven en gebergten, het rijkst op nevelhellingen, met onder andere paardenkastanjes, esdoorns, kers, kornoelje en coniferen. Hier werd het merkwaardige 'levend fossiel' Metasequoia ontdekt, en ook de cathayaboom in het grensgebied van Sichuan en Guangxi behoort tot deze categorie.
Een ander, al veel langer bekend levend fossiel, Ginkgo biloba, is als cultuurplant behouden gebleven. De ginkgo is verwant aan de naaldbom, maar heeft in plaats van naalden, bladeren. Tot ruim 10.000 jaar geleden kwamen ze op het hele noordelijke halfrond voor, maar nu bijna alleen nog in China. De oudste ginkgo is ca. 3000 jaar oud.Verder naar het noorden strekt zich het onmetelijke, bijna geheel in cultuur gebrachte lösslandschap uit, dat oorspronkelijk een gematigd loofverliezend loofwoud droeg. Resten daarvan zijn alleen in de bergen nog aan te treffen; deze zeer soortenrijke vegetatie bevat behalve vele soorten coniferen en verder veel soorten soorten esdoorns, berken, paardenkastanjes, elzen, eiken, linden en walnoten. Karakteristieke Chinese bomen en struiken als Paulownia, Gleditschia en Rhododendron komen hier ook nog veelvuldig voor.
Naar het noorden en noordwesten (Mantsjoerije, Gobi) liggen steppen en woestijnen met een karige begroeiing van onder andere alsemsoorten en het voor kameelvoer gebruikte Kalidium gracile.
Naaldbosgebieden liggen vooral in de Grote Hinggan-bergen in Noord-China, met larikssoorten en altijdgroene naaldsoorten als spar en pijnboom.Het zuidwestelijke hooggebergte behoort tot de rijkste floragebieden ter aarde. Van laag naar hoog onderscheidt men hier eerst het subtropische savannenbos tot 1800 meter (soms 2800); de onderste montane zone (tot 2900 meter) met dennenbossen en gemengde dennen-loofbossen (met eiken en kastanjes), altijdgroen bos, doornstruweel, lauriereikenbos en steppe; de bovenste montane zone (in het zuiden tot 4350 meter, in het noorden tot 3700 meter) met naaldbossen, Rhododendron-struwelen en hoog opschietende graslanden, en ten slotte de zeer soortenrijke alpine zone, bijv. in Yunnan en Sichuan, waar dwergstruiken tot 4730 meter hoog voorkomen en waar bijvoorbeeld het geslacht Rhododendron 600 soorten, sleutelbloem 300 soorten en kartelblad 210 soorten rijk is.
In het uiterste westen van Mongolië en in Xinjiang Uighur vindt men een woestijnachtige vegetatie met doornige heesters en grassen. De belangrijkste planten zijn de tamarisk en de saxaul.
Bamboe
Bamboe is de verzamelnaam voor de meer dan 2000 verschillende soorten van dit reuzengras. In Europa worden sinds jaar en dag 3 tot 5 meter lange bamboestokken van enkele centimeters doorsnee uit China geïmporteerd ten behoeve van boomkwekerijen voor het stutten van jonge bomen. Dunnere stokken en bewerkte ronde bamboestokjes worden voornamelijk gebruikt in de sierteelt voor bloemen en planten. Eisen aan de kwaliteit worden daarbij niet gesteld, ze moeten recht en droog zijn en goedkoop want ze hoeven alleen maar een opgroeiend plantje overeind te houden. Ze worden uit de wand van dikke bamboepalen gesneden en machinaal bewerkt, zoals ook satéstokjes en tandenstokers voor eenmalig gebruik uit bamboe worden gehaald.
Inmiddels wordt al vele jaren geprobeerd om dikke bamboepalen in Europa te introduceren als volwaardig en duurzaam bouwmateriaal, maar dat stuit steeds op weerstand: "Wat een boer niet kent... "
Daarom is het belangrijk om jongeren en volwassenen fysiek in contact te brengen met de technische eigenschappen en decoratieve mogelijkheden van dit houten reuzengras. Bamboe producten zijn ecologisch verantwoord en kunnen best duurzaam zijn en van hoge kwaliteit.Tonkin
Vanuit China worden meer dan 200 soorten bamboestokken van enkele centimeters doorsnee naar Europa geëxporteerd die uiterlijk veel op elkaar lijken. Ze worden hier gemakshalve allemaal Tonkinstok genoemd naar de Golf van Tonkin (Noord Vietnam) waar vandaan de schepen vertrekken.Moso
Alle andere bamboepalen die in diameter te dik zijn om Tonkin te worden genoemd, krijgen in China de naam Moi-chu. Wereldwijd is die naam verbasterd tot Moso, wat eigenlijk de Japanse naam is.
Dieren
De Chinese fauna omvat zowel Aziatisch-tropische als Eurosiberische elementen, en is zeer gevarieerd. Op Chinees grondgebied leven ca. 420 soorten zoogdieren, 1200 soorten vogels, 200 soorten amfibieën en meer dan 300 soorten reptielen.
Overbevolking en landbouw hebben de dierenwereld sterk teruggedrongen, een proces dat al vele eeuwen lang aan de gang is. In de dichtbevolkte laaglanden komen nog maar weinig wilde dieren voor; zelfs vogels zijn over het algemeen zeer schaars geworden.
In de bergen en in de dunner bevolkte gebieden treft men nog de resten van een eens zeer rijke fauna aan; zo schat men het aantal Indische olifanten in China nog slechts ongeveer 100.Wat grote zoogdieren betreft zijn de beroemde reuzenpanda of bamboebeer uit de westelijke provincie Sichuan, het Pater David-hert, de geweiloze waterree, een merkwaardige zoetwaterdolfijn (Lipotes vexillifer) van het Dongtingmeer en omgeving, en enkele merkwaardige apensoorten van het geslacht Rhinopithecus de opmerkelijkste. Ook de lepelsteur van de Yangzi Jiang en de Chinese/Japanse reuzensalamander zijn het speciaal vermelden waard. Beschermde diersoorten zijn de Chinese kraanvogel en de Yangzi-alligator. Van de drie tijgersoorten, de Bengaalse, de Zuid-Chinese en de Mantsjoerijse of Siberische, zijn nog maar enkele honderden exemplaren over.
Op hoge plaatsen in het zuidwesten leven noordelijke soorten als marmotten, terwijl op lagere plaatsen zuidelijke soorten overheersen, zoals de grote Indiase civet en de goudharige aap. Op het eiland Hainan ligt het Apeneiland, een reservaat voor ca. 1000 Guangxi-apen.
In het noorden lijkt de fauna weer meer op die van Noord-Azië met op de grenzen o.a. het przewalskipaard, de wilde kameel en de Siberische tijger, die beide zeer zeldzaam zijn. Uniek voor dit gebied zijn ook de bruine oorfazant en de Reeves-fazant, die een staart van ca. twee meter lengte heeft. Ook leven hier sabelmarters en sikaherten, die elders in China al praktisch uitgestorven zijn. Ten noorden van Harbin ligt een moerassig natuurreservaat, waar zeldzame Japanse kraanvogels en witnekkraanvogels broeden.
In de woestijnen van Binnen-Mongolië en Xinjiang wonen vooral knaagdieren en hoefdieren, waaronder de saiga-antiloop.
In de tropische streek Xishuangbanna, gelegen in de zuidwestelijke provincie Yunnan, leven veel dieren die elders in China uitgestorven zijn, zoals Aziatische olifanten, neushoorns, tijgers, pythons, Maleise honingberen, luipaarden, groene pauwen en andere zeldzame vogels, waaronder de neushoornvogel. In de bomen van de tropische wouden leven onder andere boomspitsmuizen en gibbons.
In het heuvelige landschap groeien vruchten als kiwi's, mango's, bananen, en papaja's. In de bossen zijn kostbare houtsoorten te vinden als mahonie, teak, kamfer en sandelhout.
China telt ca. 300 nationale parken en natuurreservaten en verder nog vele provinciale en lokale beschermde gebieden.
Het Wolong-natuurreservaat (Wolong Ziran Baohuqu) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de reuzenpanda, waarvan er nog ongeveer 200 in dit reservaat leven. Andere bedreigde diersoorten in Wolong zijn de sneeuwpanter, de stompneusaap, het muskushert en de rode langoer.
Het Zhalong-natuurreservaat (Zhalong Ziran Boahuqu) is een eldorado voor vogelaars, en was het eerste Chinese natuurreservaat. Hier leven permanent of tijdelijk 180 vogelsoorten, waaronder acht van de vijftien kraanvogelsoorten in de wereld, waarvan er zes op de lijst van bedreigde diersoorten staan. Van de Chinese kraanvogel leven nog maar ca. 500 exemplaren in het reservaat.
In het Vogeleilandreservaat in de provincie Qinghai strijken elk jaar ca. 100.000 trekvogels neer, waaronder ganzen, kraanvogels, gieren en de Mongoolse leeuwerik. Het in buurt liggende Longbao-reservaat speelt een belangrijke rol in het behoud van de zwarthalskraanvogel.
Het Changbaishan-natuurreservaat in de provincie Jilin bij de Noord-Koreaanse grens ligt nog ca. 200.000 ha oerbos met onder andere de ruwe berk, de Koreaanse den en de drakenspar.
Bij Nanning, langs de Vietnamese grens, ligt het Longrui-natuurreservaat (Longrui Ziran Baohuqu), dat de woonplaats is van de enige populatie ter wereld van de witkoplangoer. Ook de zeer zeldzame goudkleurige camelia groeit in dit gebied.
Tibet is het land van de jak, een rundersoort dat goed is aangepast aan grote hoogte en bittere kou.
Reuzenpanda
De reuzenpanda is een van de meest bedreigde zoogdieren op aarde. Men denkt dat er nog ongeveer 1000-1200 exemplaren in leven zijn, en dat is eigenlijk te weinig om de soort op den duur te laten voortbestaan. De reuzenpanda leeft vooral in de provincie Sichuan, maar ook in Gansu en Shaanxi, en dan eigenlijk alleen nog maar in natuurreservaten.
De eerste levend reuzenpanda werd pas in 1896 ontdekt. Het dier leeft bij voorkeur op een hoogte van 2000-3000 meter en eet een speciale bamboesoort. Sommige bamboesoorten bloeien maar eens in de veertig tot honderd jaar en als er zo'n bloeiperiode aanbreekt, dan bloeien ook alle planten van deze soort tegelijk. En na de bloei verspreiden ze hun zaadjes en sterven alle oude planten af... Het duurt dan weer een paar jaar voordat er volwassen bamboeplanten zijn.
Voor de mens is zo'n bamboeloze periode wel door te komen, maar sommige diersoorten hebben daar meer problemen mee. Vooral de pandabeer heeft het dan erg moeilijk. De panda is een traag beest dat voornamelijk bamboe eet die alleen in een bepaald deel van China voorkomt. Als juist in hun leefgebied de bamboeplanten gaan bloeien en vervolgens afsterven is er een paar jaar te weinig bamboe voor de beren, zodat ze met uitsterven worden bedreigd.
Daarom worden de panda's nu geholpen door mensen die ze bijvoeren of overbrengen naar reservaten waar nog wel bamboe te vinden is. Als er na paar jaar weer volop bamboe groeit kunnen de panda's terug naar hun oorspronkelijke leefgebied.
Reuzenpanda voelt zich meest thuis in oud bos
LONDEN - Reuzenpanda's hebben een sterke voorkeur voor oude bossen boven bossen met veel nieuwe aanplant.
Dat blijkt uit onderzoek waarvan de resultaten woensdag zijn gepubliceerd in Biology Letters, een tijdschrift van de Britse wetenschappelijke organisatie The Royal Society. De ontdekking kan gevolgen hebben voor het Chinese natuurbeleid, dat gericht is op behoud van de soort. Er leven nog ongeveer 1600 reuzenpanda's in het wild en driehonderd in dierentuinen. Daarmee is het een van de meest bedreigde diersoorten ter wereld.
Sporen
Onderzoekers hebben de bewegingen van de reuzenpanda's gevolgd in de bergen van de zuidwestelijke provincie Sichuan. Zij speurden vier jaar lang naar sporen, zoals ontlasting en vertrapte planten, en hielden nauwkeurig bij in wat voor soort bos zij die aantroffen.
Zoals verwacht bleken de panda's zich graag op te houden in bossen met veel bamboe, hun lievelingskostje. Maar tot verbazing van de wetenschappers vertoonden de dieren ook een sterke voorkeur voor bossen met veel volgroeide vegetatie. Bossen met veel nieuwe aanplant lieten zij liever links liggen.
Voedzamer
De Chinese onderzoeksleiders weten nog niet waarom de panda's zo'n sterke voorkeur hebben voor oude bossen. Mogelijk heeft dat ermee te maken dat de bamboe daar voedzamer is. Ook zijn in oude bossen wellicht meer holle bomen te vinden waarin pandavrouwtjes een nest kunnen bouwen.
De wetenschappers spreken van een belangrijke ontdekking. Met deze informatie kan de Chinese overheid, die overweegt een kapverbod te verlengen dat ruim tien jaar geleden werd ingesteld in het leefgebied van de panda's, veel gerichter de bossen beschermen waarin de dieren zich thuis voelen.
'Panda’s stopten met vlees eten door genmutatie'
AMSTERDAM – Reuzenpanda’s zijn in de loop van de evolutie mogelijk gestopt met vlees eten door een mutatie in een gen voor smaak. Dat beweren Amerikaanse wetenschappers.
Reuzenpanda’s beschikken over een inactieve versie van het gen Tas1r1. Daardoor kunnen de dieren de smaak van vlees waarschijnlijk niet proeven en eten ze liever bamboe.
Dat hebben onderzoekers van de Universiteit van Michigan ontdekt bij de ontrafeling van het genoom van panda’s, zo meldt het Britse tijdschrift New Scientist.
Actief
Bij mensen is Tas1r1 nog wel actief. Het gen zorgt het er voor dat we hartige smaken kunnen proeven. Volgens hoofdonderzoeker Jianzhi Zhang hield het betreffende smaakgen bij panda’s ongeveer 4,2 miljoen jaar geleden op te werken. Uit fossielen is eerder al gebleken dat de dieren ergens tussen 7 en 2 miljoen jaar geleden bamboe begonnen te eten in plaats van vlees.
Prooien
De wetenschappers vermoeden dat panda’s in eerste instantie overschakelden op een dieet van bamboe, omdat veel van hun prooien door klimaatsverandering uitgestorven raakten. Hun smaakgen voor hartige smaken werd daardoor minder belangrijk en stopte met functioneren.
Als gevolg daarvan verloren panda’s waarschijnlijk hun smaak voor vlees en jaagden ze ook niet meer op prooien als die wel beschikbaar waren.
Vleeseters
Moderne reuzenpanda’s eten vrijwel uitsluitend nog bamboe. Ze moeten meer dan 20 kilo per dag verorberen om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen en zijn daardoor bijna voortdurend aan het eten. Gezien hun spijsverteringssysteem en gebit kunnen de dieren nog steeds als vleeseters worden beschouwd. In gevangenschap eten panda's dan ook nog wel vlees, maar alleen als het wordt aangeboden.
Overlevingsles voor reuzenpanda's
AMSTERDAM - China wil een centrum bouwen waar in gevangenschap geboren reuzenpanda's lessen krijgen om in het wild te overleven. Dat meldde staatspersbureau Xinhua donderdag. Het centrum moet verrijzen in de provincie Sichuan.
In het centrum, dat over vijf jaar gereed moet zijn, moeten drie tot vijf reuzenpanda's worden ondergebracht. Het zal onder meer bestaan uit meer dan 1100 hectare bosland. Volgende maand wordt een begin gemaakt met de bouw.
Reuzenpanda's behoren tot de meest bedreigde diersoorten ter wereld. In het wild leven nog zo'n zestienhonderd exemplaren, in gevangenschap worden ruim driehonderd reuzenpanda's gehouden.
Zonder hulp
Het doel is om panda's langzaam te leren zonder hulp van mensen te overleven. In de eerste vijf tot tien jaar leven ze nog in kooien. Daarna zullen de dieren die zich weten aan te passen worden overgebracht naar grotten en moeten ze zelf in het bos hun voedsel bijeen scharrelen.
In een volgende fase hebben ze vrijwel geen contact meer met mensen, waarna ze worden vrijgelaten in een groot nabijgelegen natuurreservaat. Het hele proces zal zo'n vijftien jaar in beslag nemen.
Een vergelijkbaar project uit 2003 liep spaak toen een mannetjespanda na drie jaar training dood werd teruggevonden in een natuurreservaat, een jaar na te zijn vrijgelaten.
‘Vrouwtjespanda piept bij vruchtbaarheid’
AMSTERDAM – Vrouwtjespanda’s stoten in de korte periode dat ze vruchtbaar zijn hoge piepgeluiden uit om mannetjes te lokken. Dat heeft een team van Amerikaanse en Chinese wetenschappers ontdekt.
De onderzoekers van Zoo Atlanta en het China Research and Conservation Centre for the Giant Panda registreerden enkele maanden lang de geluiden vam vrouwelijke panda’s in gevangenschap.
De dieren bleken vlak voor en tijdens hun vruchtbare periode opvallend vaak een hoog gepiep of geblaat uit te stoten. De geluiden werden hoger en luider naarmate de panda’s dichter bij hun vruchtbare fase kwamen. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Royal Proceedings of the Royal Society B.
Akoestische aanwijzing
De studie bewijst volgens de wetenschappers voor het eerst dat vrouwtjespanda’s aan mannetjes laten weten wanneer ze hun vruchtbare periode beleven. De dieren kunnen maar enkele dagen per jaar zwanger raken.
“Het is erg belangrijk dat we hebben ontdekt dat er akoestische aanwijzingen zijn voor de vruchtbaarheid van vrouwtjespanda’s”, zo verklaart hoofdonderzoeker Benjamin Charlton van Zoo Atlanta op BBC News. “Dit geeft ons een beter inzicht in het reproductieve gedrag van deze bedreigde diersoort.”
Stimuleren
“Door de belangrijkste elementen van het reproductieve gedrag van panda’s in kaart te brengen, kunnen we ze hopelijk beter stimuleren om zichzelf voort te planten”, aldus Charlton.
Overigens zijn panda’s niet de enige zoogdieren die hun vruchtbare periode bekend maken aan hun omgeving. Bij mensen is een vergelijkbaar effect gemeten. “Recent onderzoek heeft aangetoond dat ook de stemmen van vrouwen variëren rondom hun vruchtbare periode”, verklaart Charlton.
Paringsroep van reuzenpanda ontcijferd
AMSTERDAM – De blatende geluiden die reuzenpanda’s maken in de paartijd bevatten informatie over hun leeftijd of lichaamsgrootte. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers ontdekt.
De onderzoekers van Zoo Atlanta maakten met geavanceerde geluidsapparatuur opnames van de kreten van 14 reuzenpanda’s in de paartijd. Zowel mannetjes als vrouwtjes maken dan veel blatende geluiden.
Van elke panda werd ook de lengte, het gewicht en de leeftijd geregistreerd. Vervolgens maakten de wetenschappers van elke paringsroep een akoestische analyse met behulp van de computer. Ze ontdekten op die manier dat de reuzenpanda’s met hun geluiden informatie onthullen over hun fysieke toestand.
Leeftijd
Zo bleek het mogelijk om aan de hand van blaatgeluiden van mannetjespanda’s in te schatten hoe groot de dieren ongeveer zijn. Bij vrouwtjes werd er geen verband gevonden tussen de klank van de paringsroep en de lichaamsgrootte. Wel konden wetenschappers vrij nauwkeurig de leeftijd van de vrouwtjespanda’s bepalen door hun geblaat te analyseren.
Stembanden
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Animal Behaviour. Volgens hoofdonderzoeker Benjamin Charlton heeft lichaamsbouw en leeftijd dan een directe invloed op de stembanden van reuzenpanda’s.
“Bij mannetjes is er een duidelijk verband tussen de lengte van hun stembanden en hun lichaamsgrootte”, zo verklaart hij op Discovery News.
“Vrouwtjes onthullen geen informatie over hun lichaam met hun geblaat. Maar hun leeftijd wordt wel verraden door leeftijdsgerelateerde veranderingen in hun vocale anatomie.”
Luisteren
De onderzoekers vermoeden dat reuzenpanda’s naar de akoestische kenmerken van paringskreten luisteren om zo een geschikte partner te benaderen.
“Oudere vrouwtjes zijn bijvoorbeeld meer ervaren in het baren van jongen”, aldus Charlton. “De mannetjes gaan dus eerder in op hun kreten. Zo voorkomen ze dat ze een vrouwtje benaderen dat nog te jong is om te baren.”
Friese Zwartbont
Dit koeienras komt in Nederland het meeste voor en is de gewone zwart-witte koe. Het is een melk-vlees type, maar ze wordt vooral gehouden voor de melk. Dit ras komt niet alleen in heel Nederland voor, maar het wordt ook veel naar andere landen geëxporteerd, waaronder China.
Van het zuivere ras zijn nog maar weinig exemplaren over want er wordt heel veel mee gefokt. Een kenmerk van dit ras is dat het zwart vaak overheerst (wel met witte buik en benen) en dat het een relatief veel melk geeft, namelijk gemiddeld 7000 kg per jaar, waarvan 4,5% vet en 3,5% eiwit.
Het ras is op het eind van de 19de eeuw (vanaf 1875) door strenge selectie en zonder invoer van andere rassen ontstaan in Friesland en Noord-Holland. Het ras neemt ongeveer 3/4 van de Nederlandse rundveestapel in beslag en wordt vrijwel in heel Nederland gefokt. In alle andere Europese landen wordt het ras ook op grote schaal gefokt, net als in verschillende Afrikaanse en Aziatische gebieden en voortaan dus ook in China.
Melk
De typisch Nederlandse koeien zijn de laatste jaren van welkom in China omdat ze de groei bevorderen. De meeste Chinezen drinken alleen als baby melk: uit de moederborst. Daadoor zijn ze volgens hun regering te klein, want jonge Japanners zijn tien centimeter langer doordat ze wel melk drinken. Nu moeten Chinezen dus ook massaal aan de melk. Een zegen voor hun gezondheid én voor de Nederlandse agrarische sector die hoog staat aangeschreven vanwege de kwaliteit van het koeienras en de moderne melktechniek. Zo zullen Nederlanders op de snelgroeiende bedrijven een groot aantal draaimelkstallen plaatsen die ieder 500 tot 1000 koeien melken.
Volksrepubliek - Landschap - Rivieren en meren - Klimaat - Planten - Bamboe - Dieren - Panda - Koe
BamBox is een gedeponeerd handelsmerk van
BAMB.org, een onderdeel van ArtWorksAndMore.
© ArtWorksAndMore.com
Millsebaan 42 - NL-5402LW Uden
Telefoon 0413-250036 - E-mail
KvK 17116867 - BTW NL998.89.572.B.01
Postbank, rekening nummer 5156966
IBAN NL90PSTB0005156966 - BIC PSTBNL21