Rubber

De rubberboom (Lat: Hevea Brasiliensis) kwam oorspronkelijk alleen voor in het Amazonegebied. In 1735 beschreef een Fransman voor het eerst hoe de inheemse Indiaanse bevolking in Venezuela, Zuid-Amerika, rubberflessen maakte van het sap (latex) dat uit een rubberboom vloeide nadat er in de schors gesneden was. Ze maakten eerst groeven in de stam; daar liep een melkachtig sap, latex, uit wat in bakjes werd opvangen.

Van de vloeibare latex werden vervolgens rubberen voorwerpen gemaakt. Zo werd een bamboestok eerst omkleed met leem en rondgedraaid in een vat met verse latex. Nadat het latex hard was geworden werd de stok met leem verwijderd zodat er een holte overbleef en dat leverde een rubberfles op waarin drank kon worden bewaard. Als je zo'n fles daarna weer in ringen snijdt krijg je elastische banden: rubberen elastieken. Maar deze indianen maakten ook ballen en poppen van rubber.

In 1876 bracht een Engelse botanicus vanuit Zuid-Amerika zaadjes van de rubberboom naar de botanische tuinen bij Londen. De bomen werden in kassen gekweekt en men bedacht er allerlei toepassingen met rubber. Via Londen werden zaden en kleine rubberboompjes naar de verschillende Britse kolonies gebracht: via Ceylon, Maleisië, Indonesië en Singapore belande de eerste exemplaren in het verre oosten waar later de grote rubberplantages zijn ontstaan. Daarna kwamen er ook in Thailand, Indonesië, Maleisië en China uitgestrekte rubberplantages. De Aziatische landen zijn tegenwoordig goed voor 90 procent van de wereldproductie van natuurrubber.

Rubber tappen

Het tappen van rubber gaat nog steeds als volgt: in de boombast wordt een 'tapvlak' uitgezet op eenderde van de stamomtrek. Iedere dag schraapt de rubbertapper met een rondgebogen mesje een smal reepje bast weg, waarna de kleverige latex tevoorschijn komt.

De melkachtige substantie vloeit langs de schuin aflopende tapsnede naar een blikken tuitje dat in de stam van de boom geslagen is. Via het tuitje komt de latex terecht in een bakje. Het insnijden van het tapvlak langs de tapsnede is moeilijker dan het lijkt. Als er te diep wordt gesneden wordt de dunne huid tussen het hout en de latexgevende bast geraakt. Het tapvlak rondom het zo ontstane litteken is dan nog nauwelijks te gebruiken. Maar als de tapper te voorzichtig is en niet diep genoeg snijdt, komt er weer te weinig latex vrij. Als je het goed doet, gaat de boom er niet dood van. Sommige boomsoorten leveren 12 jaar lang latex. Na 30 jaar wordt de boom gekapt.

 



BAMBOX
Millsebaan 42 - NL-5402LW Uden
Telefoon 06-10583647 - E-mail
KvK 17217181 - BTW NL8189.42.228.B01
Rabobank, rekening nummer 14.14.47.249
IBAN NL62 RABO 0141447249 - BIC RABONL2U